een smeltend waterijsje in je rechterhand
een te kort verhaaltje voor het slapengaan
en dat je nog dacht dat je ouders
altijd zo lief zouden blijven zoals toen
toen ze je meenamen naar de kermis
Anonymous asked: Ik vraag mij af hoe het met jou gaat.Waar je bent, hoe je je voelt, wat je denkt, doet, wilt, moet, mag en of je gelukkig bent. We hebben elkaar al lang niet meer gesproken en ik denk soms aan je. Dan vraag ik me af of het allemaal goed gekomen is. Of je nog wel eens denkt aan waar je was.
Ik ben ‘de plek waar ik was’ nog niet vergeten, als je je dat soms afvroeg, en dat is alles wat er over dat hoofdstuk te vertellen valt. Ik weet het nog, daar gaat het om en voor mij hoeft het niet, maar toch is het zo. Wie ben je eigenlijk? En hoe gaat het met je, onbekende?
Na het laatste bericht kreeg hij geen antwoord meer. Hij vraagt zich maar af, begrijpt maar niet hoe. Zijn geluk raakt op en zijn geheimen nemen toe. Hij doet opnieuw zijn blinddoek om en vermijd enig oogcontact. Het mocht een keer, dat vond ze ook.
De stad wordt langzaam uitgekleed
door de mensen
mensen die haar verleiden
ze drinkt te veel wijn
weet niet meer wie ze is
en waarom ze opgesloten zit
op de plek waar ze geboren is
ze verstopt wat ze dacht
vergeet alles
verdrinkt in haar eigen gracht
het zijn de mensen
mensen die haar zeggen hoe ze is
en hoort te zijn
en wat ze nooit zal toegeven
is dat ze is uitgevonden door de schrijvers
schrijvers die haar bloot hebben ontmoet
maar gulzig drinkt ze verder
tot ze verliefd wordt op het glas
op de muren, op hem en op zichzelf
’s Nachts lagen we in bed en dronken wijn, giechelden, renden achter onze woorden aan, haalden ze in, keken achterom, maar ze waren uit het zicht verdwenen - we waren ze te snel af geweest. Als met vroeger in films wilde laten zien hoe ellendig de hoofdpersoon er aan toe was, hield men de camera scheef. Die camera staat nu op zijn kop. Met mijn voeten hang ik aan de straten van de stad, mijn hoofd verdwaald in de leegte. Trams slaan vonken, lantaarnpalen breken los uit het trottoir en storten de diepte in. De regisseur is verliefd geworden op mijn effect en vergeet zijn levensgevaarlijk rondlopende hoofdrolspeler.
Anonymous asked: je moet niet het woord prevelen gebruiken dat is vies.
[Prevelen]
Prevelen, bw. gel. (ik prevelde, heb gepreveld), mompelen, binnensmonds brommen; gebeden -, snel -, onaandachtig bidden. *…AAR, m. (-s). -STER, v. (-s). *…MIS, v. (-sen), (r.k.) stille mis.
’s Ochtends je ogen nog even dichtdoen na het kille geluid van de wekker is nog niet hetzelfde als blijven slapen. Evenals de druppels uit de douche die langs je wimpers over je ogen vallen nog geen tranen zijn.
Maria sliep elke nacht met een andere man en verklaarde God als vader van het verzinsel in haar buik. Iedereen heeft haar geloofd, maar ook zij wist hoe onwetend de mensen kunnen zijn. Als je je verhaal maar zo poëtisch mogelijk maakt.
deluminee asked: waarom ben je een meeuw?
Ik ben allang geen meeuw meer. Ik heb die vleugels niet meer nodig. Vorig jaar moest ik lange afstanden vliegen, vliegen naar huis. Alles wat ik nu reis, is makkelijker met de trein.
Daar. Daar gaan de hogere gedachten, de ambities de goede tafelmanieren en het kunsternaarschap. Liefde en geld, daar gaat het om; ze had volkomen gelijk. Liefde om de liefde en geld om de liefde te bewaren en te beschermen en te voeden. Liefde om de liefde en geld om de liefde. Liefde. Ik geloof dat ik nooit meer iets doe, altijd zo blijf liggen, verdronken in het ogenblik. Ik hoor ze slenteren over de paden van het park, de met kinderen belastte moeders, ernaast lopen de zonder het zelf te weten verveelde vaders in hun zondagse pak, een sigaret tussen hun vierkante vingers en loerend naar andersmans vrouw.
Als er nog één iemand vraagt…
‘Waar denk je aan?’
Zeg ik: ‘Aan alles. Ik moest er opeens aan denken wat voor rol stoeptegels in je leven spelen, als je klein bent. Je weet wel, die grijze vierkante tegels. Je kent ze beter dan je je ouders kent. En later vergeet je ze.’
Hij stond op de gang met haar. Mijn zijn ene hand hield hij een halfvol glas wijn vast, met zijn andere hand drukte hij haar tegen zich aan, streelde haar hoofd, haar rug. ‘Ik hou van je,’ prevelde hij. ‘Ik hou van je. Vanmiddag al, maar toen wist ik het nog niet. Je bent zo mooi. Ik hou van je. We moeten er iets aan doen.’
Hij nam een slok uit zijn glas. Ze keek op met een wezenloze glimlach en halfgesloten ogen. ‘Ik ben geloof ik erg dronken,’ zei ze.
‘Doet er niet toe. Ik hou van je, dat is het belangrijke. Dat heb ik nog nooit tegen iemand gezegd, weet je dat?’
‘Als ik mijn ogen dicht doe, draait alles om me heen,’ lacht ze.
‘Luister nou naar me - ik hou van je. Ik wil met je naar bed. Niet omdat ik met je naar bed wil, maar omdat ik van je hou. Begrijp je dat? Het is een kleine nuance, maar zo belangerijk.’
‘Wat doe je?’ vroeg het meisje.
‘Niets,’ zei hij. ‘Ik kijk. Ik vraag me af hoe lang dit nog duren kan.’
‘Zie je die boom daar, aan de overkant van de gracht? Die duurt langer.’
‘Wat doe je hier trouwens in hemelsnaam? Het is niet eens je eigen huis?’
‘Rust,’ zei je. ‘De rust van het fatsoen en totale wansmaak. Hier kun je zijn zoals je bent. Nergens zijn bewijzen van goede smaak en kunstzinnigheid die je afleiden. Niets kan verkeerd gaan in dit huis. Ik ben jaloers op de bewoners, die ik overigens niet ken.’
‘Dat zien ze.’
De jongens strijkt de deken van het bed waarop ze zaten weer goed, er is geen enkel spoor van hen dat ze in dit vreemde huis zijn binnengeslopen.
‘Wat heerlijk lijkt me dat, om te slapen in een bed met zo’n afstotelijke sprei erover. In zo’n gladgepoetste kamer, waarin uitsluitend lelijke dingen staan. Niets wat je iedere avond voor het naar bed gaan nog moet bewonderen of met een schokje te herkennen, tot je hoofdpijn krijgt van je eigen artisticiteit.’
